(Form follows emotion 2)

“How does it feel. How does it feel. To be on your own. With no direction home. Like a complete unknown. Like a Rolling Stone?” (Bob Dylan)

Roerige tijden. De wereldeconomie is in recessie. De samenleving in de westerse wereld verandert door onder meer de demografische krimp, ontgroening, vergrijzing en globalisering. Vraagstukken rond cultuur, identiteit en roots winnen aan kracht en zullen zorgen voor discussies rond thema’s als begrip, onbegrip, tolerantie en onverschilligheid. En tenslotte hebben we de mogelijke impact van klimatologische veranderingen op onze planeet nog niet eens echt goed op ons netvlies.

Elk van deze aspecten laat ook zijn sporen achter op het ruimtelijke vlak en beïnvloedt daarmee de posities en rollen van ontwikkelende partijen zoals projectontwikkelaars, vastgoedbeleggers en woningcorporaties. Deze partijen hebben het zwaar te verduren gekregen in het huidige economische tij. Voor elk van deze partijen liggen er interessante uitdagingen waar het gaat om het (her)definiëren van hun positie in onze toekomstige maatschappij. De door het economisch hoogtij van de jaren negentig aangespoorde, soms wat gemakzuchtige houding lijkt voorgoed voorbij. Een nieuwe attitude, vanuit een commerciële visie, lijkt noodzakelijk. En waar valt dan voor een commerciële visie beter te leren dan in de Verenigde Staten? Waarschijnlijk nergens.

Eén van de zaken die mij al jarenlang treft in de gebiedsontwikkelingen in de VS is dat de commerciële benadering vaak als spin-off een behoorlijke sociale samenhang op wijkniveau laat zien. Een samenhang die zich in veel gevallen ook toont in betrokkenheid bij de gang van zaken buiten de wijk. Dat is een heel andere benadering dan in ons land, waar we nogal eens gewend zijn om wijken en buurten te ontwikkelen vanuit een vooraf opgelegde sociaal-culturele ideologie en we door bijvoorbeeld koop en huur en prijsklassen zoveel mogelijk te mengen, hopen op een goed functionerende woonomgeving. Wat helaas lang niet altijd lukt, zeker wanneer we kijken naar aspecten als betrokkenheid van bewoners, de aanwezigheid en uitstraling van voorzieningen en de kwaliteit van het beheer.

Het aardige van de opvatting in de VS is dat ze hun resultaten bereiken vanuit een combinatie van uitmuntende klantenkennis, hospitality en scherp inzicht in op doelgroepen gericht beheer en marketing. In een land waar overheidsbestedingen in ruimtelijke ontwikkelingen niet omvangrijk zijn, hebben de ontwikkelende en beherende marktpartijen zich daarmee een goede positie weten te verwerven. Wanneer we constateren dat de overheidsbestedingen op het gebied van bouwen en wonen in Nederland eerder af dan toe zullen nemen, is het interessant om na te gaan in welke mate de aanpak van de Amerikanen toe te passen is bij ons.

Woondomeinen
In Nederland neemt de behoefte aan wonen met gelijkgestemden toe. Eén van de richtingen die in die context voor de Nederlandse woningaanbieders interessant kan zijn, is het wonen in woondomeinen of communities. De VS zijn daarvoor een boeiende leerschool. Ik baseer mijn mening op de veranderende wereld om ons heen. Een wereld waarin steeds meer aandacht uitgaat naar mensen met eigen wensen en eisen. Of andere achtergronden en waarden. Een wereld waarin iedereen, ongeacht de eigen kansen en mogelijkheden, op zijn minst eenzelfde respect verdient. Een wereld van wonen en leven waar software en orgware minimaal even belangrijk zijn als de hardware.

Woondomeinen in de Verenigde Staten laten dat zien. Ze zijn een mooi voorbeeld van een eenheid in de basishouding van ontwikkelaars en beheerders en een enorme variatie in de uitvoering van die attitude. Dat komt omdat elk van de woonmilieus meer dan een woning is in een toevallige omgeving. Veel meer dan in Nederland zijn de Amerikaanse woondomeinen voorbeelden van wonen als belevenis, wonen als emotie of wonen binnen een uitgesproken identiteit. En altijd in een zoveel mogelijk onderscheidende hoge kwaliteit.

Dat sluit goed aan bij onze netwerksamenleving waarin we als bewoners steeds meer gebruik maken van zowel digitale als fysieke ontmoetingen en ontmoetingsplaatsen. Bovendien, vanuit de constatering dat de individualisering over zijn hoogtepunt heen lijkt te zijn, zien we steeds vaker dat mensen op zoek zijn naar ankers, en tegelijkertijd vrij willen zijn in de keuze van die ankers. Het is een mooie tijd waarin de balans tussen collectief en individu voor iedereen anders is.

Kijkend naar gebiedsontwikkeling in Nederland, dan ligt er voor woningaanbieders een uitdaging in het realiseren van die belevenissen, identiteiten, kwaliteiten en bijzondere sferen in woon- en leefomgevingen. De VS tonen zich graag als een land met onbegrensde mogelijkheden. Ik wil hier geen discussie voeren of dat beeld ook waar is, maar constateer wel een enorme variatie in woon- en leefmogelijkheden. Het lijkt soms wel of elke manier van leven direct vertaald wordt naar woonbeleving. En dat wordt dan weer mogelijk gemaakt in wijken en buurten, al dan niet ontwikkeld als community of woondomein met een specifiek thema of een verrassende benadering. Hier ligt een groeimarkt. In S&RO stelde ook Arnold Reijndorp al eerder dat thematisering in Nederland in opkomst is, mede omdat thematisering tegemoetkomt aan de behoefte aan meer zekerheid. En crisis en behoefte aan zekerheid, dat gaat wel samen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.